09 juli 2019

Fractie CDA en de Kadernota

Jeudzorg:

Laten we eerlijk zijn. De transitie van de jeugdzorg heeft (nog) niet opgeleverd wat we er van gehoopt hadden. Er zitten nog steeds ongeveer even veel kinderen in instellingen dan vroeger. Een gezin kan nog steeds tien hulpverleners tegelijkertijd hebben. We medicaliseren onze kinderen nog steeds bij bosjes. De instroom naar de duurdere, zware zorg neemt niet af. En de jeugdzorg kost meer geld dan ooit. En hoe dat komt? En hoe kan het beter? We hebben eigenlijk geen flauw idee. En we doen er ook geen structureel onderzoek naar.

Op zich is het best verbazingwekkend. We constateren met zijn allen dat het beter moet. Maar we komen niet veel verder dan het uitgeven van steeds meer geld en het roepen om meer regels en handhaving. Of we verzanden in de verzuchting dat het voor de transitie allemaal veel beter was. En we gedragen ons soms alsof de problemen in de jeugdzorg een natuurverschijnsel zijn. Iets waar we geen enkele invloed op kunnen uitoefenen.

Het beeld is anders. Maar het aantal kinderen dat niet thuis maar in een voorziening woont neemt niet af. Niemand vind dat wenselijk. En het is inmiddels wel duidelijk dat het ook echt anders kan. Maar waarom verandert er dan niks? Waarom onderzoeken we niet welke factoren invloed hebben gehad op de plaatsing van al deze kinderen? Is daar een patroon in te herkennen? Welke conclusies kunnen we daar dan uit trekken? En wat betekent dat voor ons handelen?

Waarom interviewen we niet per gemeente alle gezinnen met meer dan zes hulpverleners? En waarom nodigen we die hulpverleners niet bij dat gesprek uit? Op welke manieren zijn de hulpverleners bij het gezin betrokken geraakt? Tot wiens heil? Met welke resultaten?  Is daar een patroon in te herkennen waar we van kunnen leren? Is het misschien beter om eerst de financiële situatie van een gezin te stabiliseren voordat er allerhande andere hulpverleners worden binnengevlogen?

Waarom verwijst de ene huisarts vooral naar de GGZ en de andere alleen naar opvoedondersteuning? Welke conclusies kunnen we trekken wanneer we de verwijzingen van huisartsen binnen de gemeente structureel zouden monitoren en met elkaar zouden bespreken? Welke maatregelen die we preventie noemen werken en welke maatregelen kunnen we scharen onder het kopje ‘nutteloze overheidsbemoeienis.’

De apostel Paulus zei het al. “Onderzoek alles en behoud het goede.” Hij had gelijk. Wij pleiten niet voor een revolutie of een stelselwijziging. Integendeel.  Veel kennis over wat werkt en wat juist niet is ook al aanwezig. De vraag is of die wetenschap ook bij iedereen bekend is. En of we er naar handelen. Maar hoe mooi zou het zijn als we in de geest van Paulus structureel en gestructureerd zouden werken aan verbeteren van onze jeugdzorg? Als we op een wetenschappelijke manier kennis zouden vergaren en uitbreiden en die kennis ook daadwerkelijk zouden gebruiken. Het kan en moet beter. En dat kan. Maar dat gebeurt niet vanzelf.

WMO:

Niet alleen op jeugdzorg heeft de gemeente een tekort, ook op het gebied van de WMO moet de gemeente bij-plussen. De verwachtingen voor 2020 zijn evenmin positief.  Onder meer vanwege de aanzuigende werking van het abonnementstarief en de vergijzing nemen de kosten toe. Opvallend is wel de toename van het aantal cliënten met begeleiding.

Het tekort wordt deels gedekt uit de reserves, maar daarmee worden de gaten in de begroting niet gedicht!

De gemeente Tholen zal het tekort op het sociaal domein terug moeten dringen. Het inkoopbeleid bij zowel WMO als voor Jeugdzorg moet verbeteren , zodat er meer grip komt en er zodat er bijgestuurd kan worden.

Financiele situatie:

De wijze waarop in de kadernota een deel van de kosten als eenmalige kosten worden opgevoerd niet structureel worden gedekt geeft naar onze mening een wat vertekend beeld van onze exploitatie. Dit geldt onder andere voor de BOA-capaciteit en het stimuleringsfonds samenleving. Ook (al dan niet eenmalige) projecten binnen de ICT-omgeving zullen de komende jaren aan de orde zijn waarbij we jaarlijks de kosten zullen moeten dekken.

In 2020 dekken we 230.000 euro uit de reserves, in 2021 is dit 380.000 euro.

Het beeld dat we een sluitende exploitatie hebben delen we dan ook niet, naar onze mening voldoet de kadernota niet aan de uitgangspunten van Tholen in balans.

Dat we een financieel probleem hebben is duidelijk gezien de opmerkingen dat ambities en wensen voortvloeiend uit het coalitieprogramma Samen Leven nu (deels) geparkeerd zijn vanwege de lastige financiële situatie. Tevens bevat de kadernota het voornemen om de woonlasten meer te laten stijgen dan de begrenzing die we tot nu toe hanteerden.

Ook wordt geanticipeerd richting de toekomst op het snijden in voorzieningen voor en dienstverlening aan de burger.

Dat het stimuleringsfonds samenleving in deze kadernota fefinancierd wordt op basis van eenmalige dekking vinden wij niet terecht, we hebben hiervoor dan ook een motie voorbereid. In deze motie geven we aan dat er geen aanleiding is om de dekking anders vorm te geven en de voortzetting afhankelijk te maken van een nieuw raadsbesluit.

We stellen voor om de dekking op jaarlijkse structurele basis voort te zetten.  

Duurzaamheid

Met het klimaatakkoord in aantocht en in de financiele situatie waar we mee te maken hebben is het de vraag hoeveel aandacht we kunnen hebben voor de energietransitie en circulaire economie.

Dat we de financiele situatie beheersbaar moeten krijgen is onomkoombaar. Zorg zal beheersbaar en betaalbaar moeten zijn en dat heeft de hoogste prioriteit, maar er is ook nog een toekomst nadat we dit op orde hebben.

Nog dit jaar vindt een onderzoek plaats naar duurzame opwekking op gemeentelijke daken. We zijn benieuwd wanneer zichtbaar zal zijn voor onze inwoners dat de gemeente zelf een voorbeeldrol op zich wil nemen, zoals in de motie van 12-oktober 2017 is aangegeven.

Dat gemeentelijke belastingen belemmerend werken voor duurzame initiatieven willen we voorkomen, daartoe hebben we een motie die we hierbij willen indienen. In deze motie roepen we het college op om

-zich in te zetten om het onderscheid tussen grootschalige energieopwekking en kleinschalige opwekking (<15kW) weg te nemen en ook de kleinschalige opwekking in onze gemeente inzichtelijk te houden als bijdrage aan de taak- en doelstellingen.

-een visie en werkwijze te bepalen waarbij helderheid en terughoudenheid betracht wordt bij het verhogen van de WOZ-waarde van woning of bedrijfsgebouw, op basis van geinstalleerde zonnepanelen of kleinschalige windturbine. 

- een visie en werkwijze te bepalen waarbij een potentiele verhoging van de WOZ-waarde geen belemmering vormt voor het beschikbaar stellen van daken (i.g.v. bijvoorbeeld een postcoderoos)

Ook willen we nog graag het CDA standpunt toelichten ten aanzien van grootschalige duurzame opwekking:

Op basis van rentmeesterschap is het ongewenst om de aarde uit te putten en zouden we deze in goede staat moeten doorgeven aan de volgende generatie.

Naast Rentmeesterschap en Solidatriteit is de rol van de samenleving voor het CDA van grote betekenis. Niet de overheid, niet de markt maar de samenleving is primair belanghebbend maar dus ook bepalend voor de inrichting van hun leefomgeving. Wat ons betreft geldt ook hier “ruimte voor de Thoolse samenleving”. Daarbij zullen we rekening moeten houden met regels en taken die ons vanuit landelijk beleid worden opgelegd, als we niet zelf voldoende initiatieven nemen. 

Ten slotte spreken we ons vertrouwen uit in ons bestuur, onze inwoners en bovenal in Gods zegen.

 

 

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.