07 februari 2017

Vraagstelling onjuist, ongepast en persoonlijk grievend

Vrijheid van Meningsuiting?

Woensdagmiddag 1 februari om 14.07 uur is er door de raadsgriffier een mail verstuurd aan alle raadsleden, waarin melding wordt gemaakt van het stellen van vragen in het vragenuur in de raadsvergadering van 2 februari door Han van ’t Hof van fractie ABT inzake de werkwijze van wethouder Van Dis tijdens proces overdracht beheer en onderhoud korfbal- en voetbalaccommodaties aan een gezamenlijke stichting. Dit proces betrof de uitvoering van de opdracht vanuit de raad aan het college om bij de betreffende verenigingen 100.000 euro aan bezuinigingen te realiseren.

De aantijgingen bij de vraagstelling zijn onjuist, ongepast en persoonlijk grievend. Alsof het allemaal niet erg genoeg is, staat dit hele verhaal de volgende morgen op de voorpagina van de Eendrachtbode. Klakkeloos zijn alle aantijgingen overgenomen, blijkbaar zonder navraag te doen bij het college, de betreffende wethouder of diens fractie.

Nee, dit wederhoor vindt pas ’s avonds plaats tijdens de raadsvergadering, dan mag de wethouder zich verdedigen. Na afloop van de vergadering vraagt de journalist van de Eendrachtbode de wethouder om zijn reactie. Vele raadsleden met ons vragen zich af: waarom nu pas de ‘wederhoor’?

Wij vragen ons ten zeerste af wat de heer Van ‘t Hof heeft bezield om zijn vragen op deze manier aan het papier toe te vertrouwen en aan de pers toe te sturen.  Wij kunnen niet anders bedenken dan dat hij zich beroept op artikel 7 van de Grondwet: vrijheid van meningsuiting en persvrijheid.

Hoewel de eerste impuls is om eveneens persoonlijk en grievend te reageren, kiezen we er toch voor om te reageren vanuit onze Christendemocratische waarden. Christendemocraten zijn van mening dat mensen hun vrijheidsrechten moeten uitoefenen in verantwoordelijkheid voor de ander en in het verlengde daarvan voor de samenleving als geheel. Dat is de basis van de waardentraditie van ons land.

Eind jaren negentig ontwikkelde een internationale groep oude-regeringsleiders, de Inter Action Council,  ‘de universele verklaring voor de verantwoordelijkheden en plichten van de mens’. Een knipoog naar de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

Het eerste artikel van het handvest is de keerzijde van artikel 1 van de Grondwet. Wat onze Grondwet formuleert als recht, wordt hier als plicht geformuleerd:

Ieder persoon, zonder enig onderscheid naar geslacht, etnische herkomst, sociale status, politieke overtuiging, taal, leeftijd, nationaliteit of religie, heeft de verantwoordelijkheid om alle mensen op menselijke wijze te behandelen.

De vrijheid van meningsuiting wordt omgewerkt tot de plicht om waarachtig te handelen en te spreken. Niet liegen en bedriegen.

Bovenstaande tekst is een manier om anders te kijken naar de balans van rechten en plichten, van vrijheid en verantwoordelijkheid jegens elkaar. En dat is wat meer dan ooit nodig is om in vrijheid en geborgenheid samen te kunnen leven, in een land dat we door willen geven.

 

Namens de fractie van CDA Tholen,

Rob Duijm en Petrina Geluk

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.